Dieren van heel dichtbij Groep 3/4
In deze les verdiepen leerlingen zich in verschillende boerderijdieren en ontdekken ze wat de dieren nodig hebben om te overleven en zich fijn te voelen.
Na de introductie over basisbehoeftes en dierenwelzijn wordt de groep gesplitst. Een helft gaat eerst mee met de NDE-docent die in het verblijf van de kip en daarna van het konijn, en bij de wormen over deze drie dieren vertelt (in de vorm van een interactief gesprek), en laat zien hoe het dier diervriendelijk benaderd wordt. De leerlingen mogen voorzichtig een worm vasthouden. De andere helft gaat in groepjes (onder begeleiding van leerkracht en/of ouders) langs de andere dieren. Ze observeren met kijk opdrachten: Hoe ziet het dier eruit? Wat eet het? Waar slaapt het? Hoe gedraagt het zich? Daarna wisselen de groepen om.
In de nabespreking wordt het geleerde vertaald naar een eigen voornemen: “Wat kun jij doen zodat dieren zich op de kinderboerderij en in de stad fijn voelen?”
Tijdsinvestering
De les duurt 1.5 uur.
Opmerkingen
Graag per 5 leerlingen een begeleider meenemen en van tevoren groepjes maken.
Leerdoelen
Duurzame ontwikkelingsdoelen